Jaarverslag 2014

Samenvatting Jaarverslag 2014 WMO-lab gemeente Dinkelland

Het volledige jaarverslag, dat in juni 2015 is verzonden aan de gemeente, is niet openbaar.

WMO staat voor ‘Wet Maatschappelijke Ondersteuning’. Het WMO-lab heeft tot taak om de gemeente gevraagd en ongevraagd te adviseren over het WMO-beleid. Daartoe hebben de leden van het WMO-lab een onderverdeling gemaakt in werkgroepen, die raken aan de diverse beleidsterreinen, (dorps-)kernen en maatschappelijke organisaties die tot de WMO behoren.

Werkgroepen Werkgroep senioren, mantelzorgers, vrijwilligers Doelstelling is het verbinden van burgers, en inventariseren hoe de bewoners elkaar informeren. Er is een NoaberApp (een toepassing op de mobiele telefoon) ontwikkeld die aan deze doelstelling kan voldoen. Tot eind 2015 wordt de app getest in Saasveld en Noord-Deurningen. Daarna wordt (op basis van een evaluatie) bekeken waar in Dinkelland nog meer apps kunnen worden geïntroduceerd in samenwerking met dorps-/kernraden. In Ootmarsum is in samenwerking met het Franciscushuis een bijeenkomst georganiseerd om zelfredzaamheid te bevorderen en mantelzorgers bij te staan.

Werkgroep PR en Communicatie In 2014 is een logo ontwikkeld en een domeinnaam met e-mailadres geregistreerd, zodat in 2015 de website gelanceerd kan worden.

Werkgroep Huishoudelijke zorg en Thuiszorg De werkgroep heeft zich intensief kunnen inzetten bij het beleidsproces van de gemeente. O.a. dat cliënten zelf de keus kunnen maken welke werkzaamheden worden verricht binnen de afspraken, en in 2015 is voorzien in een onafhankelijk onderzoek naar de invulling en uitwerking van de huishoudelijke zorg. Ook burgers zijn betrokken bij de totstandkoming van het advies van het WMO-lab.

Samenwerking De WMO-leden hebben 20 externe bijeenkomsten bezocht met als onderwerp Omzien naar Elkaar, Huishoudelijke Zorg, GGZ (geestelijke gezondheidszorg) en leerlingenvervoer.

Gevraagd en ongevraagd advies Er is één ongevraagd advies uitgebracht over veranderingen hulp bij het huishouden; en er zijn vijf gevraagde adviezen uitgebracht, te weten: Omzien naar Elkaar, Huishoudelijke hulp, Persoonsgebonden Budget, huishoudelijke ondersteuning en de notitie WTCG (Wet Tegemoetkoming Chronisch zieken en Gehandicapten) en CER (Compensatieregeling Eigen Risico).

Evaluatie Uit de evaluatie kwam naar voren dat de onderlinge werkverhoudingen positief zijn; er is voldoende kennis en men heeft vertrouwen in elkaar. Het WMO-lab heeft zich in 2014 nog onvoldoende kunnen profileren. De gemeente neemt het WMO-lab serieus; het wordt als kritisch ervaren binnen de gemeente; de adviezen worden overgenomen. Het WMO-lab heeft verzocht om eerder te worden geïnformeerd door de gemeente over beleidsplannen en beleidsprocessen.

Financiële verantwoording Het WMO-lab heeft met een financiële paragraaf inzicht gegeven aan de gemeente over de besteding van het budget.

Artikel in Beleef Twente 2 juli 2015

Onderstaand artikel stond in Beleef Twente, van 2 juli 2015, bijlage ‘Omzien naar Elkaar’

01-WMO lab1

Het WMO Lab denkt mee, toetst en houdt de vinger aan de pols

Meepraten over de zorg en aan de wieg staan van het nieuwe beleid op dat gebied. Dat is waar het WMO Lab in Dinkelland voor staat. Samen met de gemeente denken ze mee over de manier waarop Omzien Naar Elkaar wordt ingevuld en uitgevoerd. Dit doen ze niet vanuit een achterban, maar gewoon omdat zij graag wat willen betekenen voor anderen.

De leden van het WMO Lab hebben allemaal een achtergrond van zorg en welzijn, maar werken niet binnen de gemeente Dinkelland. Dat ervaren zij als een groot pluspunt, want hierdoor zitten ze maar met één pet op binnen de werkgroep en dat is die van henzelf. “Het verschil met de reguliere WMO-raden is dat wij geen afgevaardigden zijn vanuit een doelgroep zoals bijvoorbeeld ouderen of gehandicapten, maar dat wij spreken vanuit onze professie”, vertelt voorzitter Lenie Leushuis. “Wij behartigen de belangen van álle burgers in Dinkelland die op de een of andere manier te maken hebben met zorg. Het gaat daarbij om het meedenken en helpen te vormen van het algemene beleid. Het is niet zo dat als mensen met klachten over bijvoorbeeld hun thuiszorg bij ons komen dat wij dan contact opnemen met die thuiszorgorganisatie en het dan voor hen gaan oplossen. Dat doen we heel bewust niet, maar we geven ze wel advies over wat ze zelf kunnen doen. En als we bijvoorbeeld tien keer dezelfde klacht over de dezelfde instelling krijgen, dan melden we dit wel bij de gemeente, want dan is het een signaal. We hopen vooral dat inwoners ons gaan beschouwen als een plek waar ze terecht kunnen voor uitleg en informatie.”

De verschillende onderdelen binnen de nieuwe zorg zoals bijvoorbeeld mantelzorg, ouderen, jeugd of participatie lijken misschien wel allemaal verschillende doelgroepen, maar hebben volgens Gerard Schulte allemaal één ding gemeen. “Ze gaan allemaal over de omslag die zowel de burgers als de gemeente moeten maken. Het is niet langer een kwestie van zorg aanvragen en het dan ook direct krijgen. Het gaat er nu over wat je zelf doet en wat je kunt met hulp van familie of buren. En over waarop je een beroep kunt doen als het echt niet lukt.” De Lab-leden hebben de onderwerpen verdeeld, zodat ze allemaal iets ‘in portefeuille’ hebben waar ze beroepshalve veel vanaf weten, maar omdat de onderwerpen veel overlap hebben, denken ze met elkaar mee. “We staan echt open voor elkaar. Natuurlijk hebben we best wel eens een flinke discussie, maar we leren vooral van de ander. Dat maakt het boeiend en leuk om WMO-lid te zijn.”

De Lab-leden ervaren het als erg positief dat de gemeente haar inwoners vanaf het begin bij het maken van het nieuwe beleid heeft betrokken. “De verzorgingsstaat is onbetaalbaar geworden, dus dat er wat moet veranderen is voor iedereen wel duidelijk”, vindt Elke Wolbers. “We zijn heel blij dat de gemeente niet pas achteraf de burgers informeert over het nieuwe beleid, maar ons juist vraagt om mee te denken. Bij iedere nieuwe verordening kregen wij van tevoren de beleidsplannen toegestuurd en werd ons gevraagd om onze mening. We hebben regelmatig contact met beleidsambtenaren en juridische ambtenaren en worden echt serieus genomen door de gemeente. We zien veel van onze inbreng terug in de plannen. Als vervolgens de burgers werden uitgenodigd voor een informatieavond, dan waren wij er ook altijd bij en vroegen de mensen dan of ze begrepen wat er precies aan de hand was en of ze nog wat meer achtergrondinformatie wilden hebben.”

Hoewel het landelijke beleid binnen de zorg behoorlijk is veranderd, pakt het in Dinkelland toch heel anders uit dan in het westen des lands. “Sinds 1 januari gaat het veel meer over omzien naar elkaar en over het op eigen kracht doen van dingen”, zegt Jan Mistrate Haarhuis. “In Den Haag hebben ze het idee dat ze daarmee iets nieuws hebben geïntroduceerd, maar hier bestaat het noaberschap natuurlijk al eeuwenlang. Ook worden er op landelijk niveau problemen gesignaleerd die hier eigenlijk helemaal niet spelen. Hier is het bijvoorbeeld helemaal niet zo moeilijk om aan goed gekwalificeerd personeel te komen voor de zorg. Sterker nog, het mooie van zowel de thuiszorg als in de verzorgingshuizen/verpleeghuizen in Dinkelland werken veel mensen uit de regio. Ze kennen de gebruiken, de taal en zijn door de oranjecomite’s, carnavalsverenigingen en dorpsfeesten vaak nauw bij elkaar betrokken. Juist van dat ‘ons kent ons’ moeten we in de toekomst nog veel meer gebruik gaan maken.”

Hoe leuk ze het WMO Lab ook vinden, het is al met al wel een hele klus, bekent Wilma Schouten. “We komen eenmaal per maand bij elkaar, maar zijn wekelijks actief in diverse werkgroepen”, vertelt ze. “Daarnaast worden er ook regelmatig bijeenkomsten georganiseerd waarbij wij ons gezicht laten zien. Of we zijn druk met het doorlezen van stukken en het overleggen daarover, wat steeds vaker per mail gebeurt.” Hoewel de club nu ruim een jaar actief bezig is (1 april 2014), geniet het WMO Lab nog steeds weinig bekendheid. “We zijn daarom druk bezig met de communicatie”, vertelt Anthony van Peet. “We bouwen een website, waarop we naast informatie over het WMO Lab allerlei andere nuttige informatie en tips gaan plaatsen. We hopen ook dat er snel een sociale kaart beschikbaar komt zodat we die ook kunnen gebruiken, want juist nu burgers het eerst zelf moeten proberen, zou het wel handig zijn als ze dan op een sociale kaart snel en eenvoudig de juiste organisaties kunnen vinden.”

Het WMO Lab denkt niet alleen mee over het nieuwe beleid, maar probeert ook nieuwe dingen uit. Zo ontwikkelden zij onder andere de Noaberapp.